Wat stond op onze wishlist?

Als ik zeg dat we niet veel ‘eisen’ hadden voor de verbouwing, zou niemand me geloven.

Maar toch, maar toch.
Wat we exact wilden, waren niet meer dan 5 puntjes.

Gow, ça va toch?

Spannend was het wel, want bij een volgende verbouwing lopen er misschien geen kinderen meer rond in huis (of het zijn al kleinkinderen, sssst, Joke). Of, staat die mooie notenboom er misschien niet meer. En worden mensen die koken op gas uitgelachen of verbannen.

Om maar te zeggen. Het moest wel goed zijn. Van de eerste keer. De verbouwing van ons leven, zo voelde het.

(En ohja, we kozen toch nog eens voor gas.)

Andere wensen beschreef ik hieronder in deze blogpost.

En die inzichten zijn ook voor niet-verbouwers een aanrader… Pas maar op, of straks wil je nog verbouwen, hah.

Punt 1 op de wishlist: Lades. En veel.

Onder het werkblad, geen diepe kasten meer. Neen.
Waarbij ik op mijn knieën moest zitten om iets eruit te pakken.
Zitten (of liggen) wroeten tussen duust andere zaken. Waarbij de helft ondertussen (zo’n 500 dus) uit de kast viel.

Neen, geen goesting meer hierin.
Ik droomde ervan om een lade open te trekken, en meteen alles te zien.
Er iets uit te halen, en hup, terug lade dicht.

De techniek van de 3 bewegingen, noemen wij – home organizers – dat.

Buiten mijn uren, zeg ik daartegen: maak het jezelf en je huisgenoten zo gemakkelijk mogelijk.
Ook wel: de wet van de minste moeite.
Iets met ergonomie. En luiheid ook.

Dat werkt bij onze kleerkasten, de kasten in de inkom, en ja, zelfs de speelhoek en bureau.
To good to be true, zeg je?
In lades zie je in één oogopslag wat je hebt (en ook wel als het een rommeltje is).
Maar een lade hoeft geen rommelschuif te zijn. Oef zeg.

Met een beetje goodwill kan je een lade op zo’n manier ordenen, dat je niet anders kàn dan je gerief op de juiste plek te leggen.
Denk aan een besteklade. Waarom zou je een mes bij de lepels leggen?

Als het zo duidelijk is, zo logisch, zo makkelijk ook… waarom zou je dan iets op een andere plek leggen.
Zeg me dat eens, ha.

Key to success: werk met compartimenten of maak duidelijke onderverdelingen.



Werk met (denkbeeldige) compartimenten of maak duidelijke onderverdelingen. Gelijk in die besteklade. Of in een kleuterklas (sommigen vinden dat een geestige én confronterende vergelijking. Kleuters kunnen hun gerief wél op de juiste plek leggen).
Dus voilà. Duidelijkheid en overzicht, maar dan all over the kitchen.

Lades werden het dus. En veel.

We hebben nog wel enkele gewone kasten. Maar daar laat ik me niet meer aan vangen.
Ik weet wat er in zit. Ook achter in de kast.
En dat zijn géén zaken die ik dagelijks nodig heb.

Want een keukentrapje blijft een risico voor een onhandigaard gelijk ik.

Wat we vaak nodig hebben, en waar de jongens ook bij moeten: dat komt in de lades.
Glazen en borden? Brooddozen en Tupperwarestuff? Koffievoorraad (voor mij dan toch)? Check.

Wafelijzer, sushistokjes en bakvormen. In die hoge kast, met jullie.

Punt 2 op de wishlist: toon het maar

Geef je spullen de plek die ze verdienen, geef jezelf de plek die jij verdient.

Het mantra van Practical Joke.
Maar ook achter mijn uren, kan ik er wel weg mee.
Dus in ons eigen verbouwproject, zinderde die zin door.

Mijn mooie zelfgedraaide keramieken potjes? Die zalige koffietassen?
Die showen we toch gewoon.

Iets zomaar zichtbaar zetten, kan je gerust doen.
Waarom steken we eigenlijk nog zoveel en zo vaak gerief weg?

Ik denk dat ik het antwoord weet: omdat het al snel rommelig zou lijken. Je weet wel, al dat gerief op het keukeneiland, werkblad, tafel (en nog op 83 plekken).

Het bijzondere is dat we hiermee vaak gewoon het probleem verleggen. Letterlijk ook. De rommel steek je gewoon weg achter de kastdeuren.
Maakt jou dat zoveel contenter?


Daag jezelf uit: als je spullen een zichtbare plek geeft, kan het even goed mínder een rommeltje worden.

Het rommelprobleem los je niet op door iets louter en alleen zichtbaar te zetten. Of te verstoppen.

Het rommelprobleem los je op door iets een vaste en logische plek te geven.



Het rommelprobleem los je namelijk niet op door iets louter en alleen zichtbaar te zetten. Of te verstoppen.

Het rommelprobleem los je – spoiler alert – op door iets een vaste en logische plek te geven.
Of ik nu blij zouden worden van een knalrode slazwierder op dat nieuwe werkblad?
Nee. Maar dat gebruik ik namelijk amper. En is ook niet bijzonder mooi. Dus sorry, gij slazwierder (nooit gedacht dat ik dat woord ooit 2 keer ging typen), mee met dat wafelijzer, die sushistokjes en bakvormen in een hoge kast.


Ik heb het dus over spullen die je vaak nodig hebt en/of die leuk zijn om te zien.
Win-win:
Niet veel moeite om erbij te geraken.
En ze maken je blij.

Denk: ik neem gewoon die houten Pure lepel van het haakje.
Versus: ik zoek in die oneindige lade met spatels en kloppers naar die ene houten lepel.

Ik besliste op voorhand wat ik vaak nodig had, en deed daarna de Toets van Toonbaarheid. Wat die toets doorstond, kreeg een plek aan ons hangrekje of op de wandplank.

Daarom ook, nog een must in onze keuken: legplankjes.

Maar die zetten we niet vol.
Vol is erover. Daar doe ik niet aan mee. Behalve als het gaat over een glas witte wijn.

Maar qua gerief gaat het om een selectie, weet je nog?

En die selectie, enkel díe, kreeg de plek die ze verdiende.

Punt 3 op de wishlist: less is more (ook al ben je geen minimalist)

Ken je’t?
Diepvriesdozen die uit de kast vallen?
Kan ook gebeuren met Tupperwarepotten (let op, die schijnen onbreekbaar te zijn, maar je weet nooit) of pakken ontbijtkorrels (dat is helemaal tricky).

Maar goed. Bij het uittekenen van de keuken, vroeg de interieurarchitecte of we boven het aanrecht nóg kasten wilden?

Dààr kasten wil dus zeggen: trapje erbij pakken.
Mij kennende wil dat ook zeggen: redelijke kans om eraf te vallen of ertegen aan te lopen.


Dus extra bergruimte? Was die eigenlijk nodig?

Nog voor we begonnen aan de verbouwing, beslisten we dat het hét moment was om voor minder te gaan. Eerst vooral vanuit opportunisme: alles wat niet in de kelder moest gestockeerd worden… je weet wel.

De kringloopwinkel of gewoon wie dicht in de buurt kwam kan ervan meespreken.
Ik wilde spullen weg. Uit het huis.

Je moet weten, ik ben een home organizer mààr ga mezelf nooit een minimalist noemen.
Daarvoor geniet ik te veel van wat mooi, lekker en leuk is.
Maar ik weet ook: hoe meer je hebt, hoe minder dat moois, dat lekkers en leuks soms opvalt tussen de rest. Aha.

(Ik weet ook wel dat een minimalist óók geniet van wat mooi, lekker en leuk is. Maar ik ga graag eens kort door de bocht, je kent me. Maar goed.)

Af en toe eens door je gerief gaan, helpt je afwegen én beseffen of iets het waard is om te blijven.


Wat is de moeite om te tonen?
Wat is de moeite om te houden?

Af en toe eens door je gerief gaan, helpt je afwegen én beseffen of iets het waard is om te blijven.
Klinkt cru. Maar werkt.
Thank me later.

Gingen we echt al die basic witte porseleinen tassen houden? Want ondertussen keramieken-tassen-lovers in the house hier. Bij voorkeur zelf gedraaid.
Nadat ik inzag dat wit en zogenaamd tijdloos me niet echt blij maken. Daarover later meer.

Wat in onze nieuwe keuken kwam, moest die plek verdienen. Je kent ondertussen mijn mantra al.
Onverbiddelijk, ben ik. Hah.

Dus stelde ik vragen: Heb ik jou, slazwierder echt nog? Ja, soms. Ok dan.
En jullie, plastieken kommetjes die me nog steeds aan babypapjes doen denken?
Het was nogal wat, dat weg kon.

De kringloopwinkel, een goed doel en zelfs de school kon ik blij maken met spullen die de selectie niet doorstonden.
Degelijke spullen wel.
Want hé, kapot gerief parkeren we niet zomaar bij iemand. Die gaan naar het containerpark.

Dus minder wérd het.

Oh, en kasten boven het aanrecht mis ik totaal niet.
Die basic porseleinen tassen trouwens ook niet.

Punt 4 op de wishlist: more is ook less (tjah, sorry)

Vanaf een aanvaardbaar uur, stellen we hier niet enkel koffie voor aan gasten, maar ook iets fris.
En fris is een ruim begrip. Hah.
Een grote frigo was dus een soort van noodzaak.

Maar, de grootte van een frigo bepaalt niet automatisch de hoeveelheid die je erin opbergt. Objectief wel, natuurlijk.
Koelkasten worden ook in liter omschreven. Soms denk ik daar te veel over na, en reken ik uit hoeveel flessen witte wijn dat zijn.
Maar ik moet dat beter gewoon niet doen. Inhoudsmaten worden nu eenmaal uitgedrukt in liter. Joke, toch.

Even serieus. Denk eens aan de uitdaging die je dagelijks te wachten staat als je het volledige volume van je frigo zou gebruiken. Zwoegen.

Neen, we wilden een grote frigo, ook omdat we dan zien wat we hebben. En het echt gaan gebruiken.

Je trekt de frigo open, ziet meteen wat je hebt en wilt. En tadaa, je pakt het er gewoon uit. Geen trek- of duwwerk. Geen puzzel- of speurgedoe.


Onze frigo heeft ook 2 lades. Ik integreerde ook al een sausjesbak en een boterbakje (bakboter, echte boter, etc).

Eerlijk, ik ben nogal een big spender, ik koop graag veel en lekker. Maar weggooien doet zeer. Ik heb na enkele maanden de indruk dat ik dat nog amper doe. Komt het doordat ik het nu langer en beter kan bewaren? Of door het overzicht dat we hebben (en we gebruiken wat we hebben)?


Die frigo-filosofie kunnen we eigenlijk uitbreiden naar alle (voorraad)kasten.

Zorg ook hier voor een duidelijke onderverdeling in je gerief.

Leg zaken binnen eenzelfde thema bij mekaar.

Prop je (voorraad)kasten ook niet vol, dan zie je beter wat je hebt én zal je het ook gebruiken.

Kortom: in lades (of bakjes) kun je de oppervlakte gebruiken, het bovenaanzicht doet ertoe. Leg zo weinig mogelijk op mekaar, want je zal het vaak niet zien.

Bij het inruimen van kasten met legvlakken (of een frigo) ben je je meer bewust van het vooraanzicht. Zet hier minder achter mekaar. Tenzij, zaken die met mekaar te maken hebben (of gebruik bakjes).

Trouwens, zag je het staan: het woord ‘inruimen’?
Ik gebruik dàt liever dan ‘vullen’.
Gewoon al ’t gevoel.
Ruim, ruimte versus vol.

Meer (lege) ruimte betekent dus minder gedoe, minder zoeken. Minder tijdverlies.

(Ga ik misschien toch nog een minimalist worden? Hah)

Punt 5 op onze wishlist: Tijdloos, graag.

Een nieuwe keuken zet je niet elke 3 jaar. Wij toch niet.

De vorige – een degelijke, witte eighties style – werd gezet door de vorige eigenaar.
’t Was dus nu echt De Moment voor een nieuwe, degelijke keuken.

Maar van degelijk word ik niet warm.
Anderzijds wilden we wél een keuken die het lang uithoudt.
En wij mét die keuken.

Vaak hoorde ik: “Wit dan toch, hé? Daar kun je niet mee missen.”

Niet mee missen? Dan denk ik aan Crocs. Of aan een schoon pulleke met TU op het etiket. Fits all. Maar we wilden geen keuken dat iedereen ‘fitte’. We wilden een keuken die híer paste. En vooral bij ons paste.

Maar we wilden geen keuken dat iedereen ‘fitte’. We wilden een keuken die híer paste. En vooral bij ons paste.


Opbergruimte, frigo, lades… iemand met een beetje interieur-, teken- en vormgevingskills, weet daar wel weg mee.
Maar die goesting, smaak en stijl… dàt bepalen kan je, of kan je niet.

En we zijn daarom nog elke dag content dat interieurarchitecte Sofie op ons pad kwam.
Want eerlijk, ik weet wel wat ik mooi of lelijk vind, maar ik ken té weinig van licht en kleur, laat staan van materialen en techniek om zelf een keuken uit te werken en verbouwingen te coördineren.
Ere wie ere toekomt.


Uit ons moodboard bleek dat we aan basic, neutraal en op-veilig-spelen, dus niet gingen meedoen.
Harmonie, authenticiteit, balans, kleur, passend in de stijl van het huis, dat wel.

Dat je van kleur houdt en van een persoonlijke touch, wil nog niet zeggen dat je meteen voor oranje moet gaan. Er ís een middenweg. Oef zeg.

Dus als ik hoor: tijdloos, dan ga je toch best voor wit? Dan denk ik: wie heeft dat ooit bepaald?
Je goesting kan veranderen (nogal een chance, anders dronk ik nog steeds Bacardi Breezer).


Maar de oorspronkelijke stijl van het huis.
Het hout, de groene glas-in-lood raampjes in de deuren.
De tuin, de natuur hier in Korbeek-Dijle.
Veel groen.
Dat zal blijven. Mogen we hopen.

Dus voilà.
Een warme groene keuken. Gouden accentjes. Marmerlook. Geen al te direct zonlicht (of kunnen we buitenhouden als we willen). Genoeg plekjes om mooie dingen te showen. En genoeg plekjes om handige dingen dichtbij te zetten. Veel lades waar we snel bij kunnen. Een grote frigo.

Het gevoel dat het plaatje klopt.

Het gevoel dat het plaatje klopt.

Foto 1, 3, 5 en 6: An Epic View

2 gedachten over “Wat stond op onze wishlist?

Voeg uw reactie toe

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Blog op WordPress.com.

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: